Volgens mij is het klaar
Het is vrijdagmiddag, vijf uur.
En volgens mij is het klaar. Nou ja. Zo’n beetje. Is alles perfect? Nee. Ik denk het niet. Is alles naar mijn zin? Ja. Ik denk het wel. Dat is eigenlijk best een fijne plek om uit te komen. De afgelopen weken heb ik gemaakt, geschreven, getekend, geglazuurd, gestookt, gefotografeerd, gescand, ingevoerd, geschoven, opgehangen en waarschijnlijk nog een heleboel dingen gedaan die ik alweer vergeten ben. En morgen gaat de deur open. Dan staan ze daar. Mijn eerste 100 Kleine Karakters.
Of 101 dus. Maar goed. (97 af en 4 klaar voor een laatste glazuurstook)
En nu alles staat, merk ik dat ik blij ben en ook een beetje verdrietig. Niet verdrietig-verdrietig. Meer zo’n gek melancholisch gevoel dat je kunt hebben als iets waar je heel lang naartoe hebt gewerkt er ineens gewoon is. Tot nu toe was dit vooral van mij. Mijn idee, mijn handen, mijn studio, mijn klei, mijn verhalen. Ik kon er eindeloos aan veranderen en niemand hoefde er verder iets van te vinden.
En morgen komen er mensen naar kijken. Dat is toch anders.
Kan het mij schelen wat andere mensen ervan vinden? Ik denk steeds minder. Betekent dat dat ik inmiddels zo verschrikkelijk zeker ben van mezelf? Hahahaha. Nee! Natuurlijk hoop ik dat iedereen het leuk vindt. Natuurlijk hoop ik stiekem dat mensen binnenkomen en denken: DIT IS HET BESTE WAT IK OOIT HEB GEZIEN. Dat lijkt me heel prettig. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Er zullen ook mensen zijn die denken: Waar is zij nou weer mee bezig? Mensen die het niet interessant vinden, die het niet mooi vinden. Die denken: maar is dit dan kunst? Of die klassieker: maar dit kan mijn achtjarige dochter ook.
En weet je wat het gekke is? Ik geloof niet dat ik daar nog een antwoord op hoef te hebben. Er zijn kunstenaars die werk maken over oorlog, politiek, klimaat, ongelijkheid en alles wat er op dit moment in de wereld gebeurt. Er zijn kunstprojecten die veel groter, ingewikkelder en maatschappelijk urgenter zijn dan 100 kleine hoofden van klei met namen als Koos en Wopke. Dit is dat niet.
Dit is wat ik gemaakt heb.
Omdat ik het wilde maken. Omdat ik benieuwd was wat er zou gebeuren als ik er niet tien maakte, maar honderd. En uiteindelijk duizend. Omdat ik graag met mijn handen in de klei zit. Omdat ik graag mensen observeer en verhaaltjes verzin. Omdat ik het grappig vind dat een homp klei ineens Koosje kan worden. Omdat ik er ontzettend veel plezier in heb. En dat is voorlopig wel genoeg.
En nu zit ik hier dus. Vrijdagmiddag. In een studio vol met een familie die een paar maanden geleden nog niet bestond.
Ik ben er trots op.
Dat vind ik trouwens ook nog best moeilijk om op te schrijven zonder er meteen een grap achteraan te willen zetten. Maar ik ben het wel. Ik heb dit bedacht en ik heb het gemaakt. Met mijn handen. Eén voor één. Ik heb ze namen gegeven, verhalen geschreven, tekeningen gemaakt, dingen opnieuw gedaan, dingen laten mislukken en sommige mislukkingen toch gehouden. En morgen laat ik het zien. Niet omdat ik inmiddels zeker weet dat iedereen het goed zal vinden. Maar misschien juist omdat dat steeds iets minder belangrijk wordt. Ik vind het goed. Volgens mij is dat waar ik vandaag ben uitgekomen. Nou! Dan ga ik nu nog één keer door de studio lopen en waarschijnlijk iets verschuiven wat helemaal niet meer verschoven hoeft te worden. En dan is het klaar.
Dit is vrijdag 17:23 uur. Dit moment bestaat maar heel even: alles staat er, de deur is nog dicht en niemand heeft het nog gezien…
Morgen is het een ander verhaal.

