Hoe zou Picasso zijn reels hebben gemaakt?
Over 70 Kleine Karakters, in 1 minuut foto’s maken en de bijbaan waar ik nooit op heb gesolliciteerd.
Je had me gemist hè?
Ik had vorige week even een weekje overgeslagen met mijn Substack. Ik ben nogal in de vakantiemodus. Er komt op het moment niet heel veel nieuw werk bij. Ik ben vooral achterstanden aan het wegstoken van de kleiclupjes die ik verzorg en waarvoor het nu zomerstop is. En tussendoor gaat er natuurlijk ook nog van alles van mezelf de oven in. Eerst biscuit, dan glazuur, soms nog een keer glazuur. Je kent het inmiddels. Maar toen ik van de week mijn verzameling eens bekeek, dacht ik: wacht eens even. Ik ben eigenlijk al best ver. Volgens mij zit ik inmiddels ergens rond de 70 Kleine Karakters. Zeventig! En toen realiseerde ik me ook meteen dat ik er echt heel weinig van deel op Insta. Bij lange na niet allemaal. Sommige zijn gemaakt, gedroogd, gestookt, geglazuurd en alweer tussen de rest van de familie beland zonder ooit één seconde op Instagram te hebben doorgebracht. En daar zit dus een klein probleem. Denk ik.. Of misschien ook niet. Ik wil namelijk vooral gewoon maken en niet socialmedia-en.
En toen kwam deze week een post tegen van iemand met de tekst:
“Denk je dat Picasso goed geweest zou zijn in het maken van reels?”
En daar moest ik om lachen. Ik ga echt niet beweren dat de tijd waarin Picasso leefde een makkelijkere tijd was voor kunstenaars. Maar één ding weet ik wel vrij zeker:
Picasso heeft nooit halverwege een schilderij gedacht:
“Shit. Ik had het proces moeten filmen.”
Hij hoefde niet te stoppen omdat zijn telefoon nog op de oplader lag. Hij hoefde niet te bedenken of een detailshot misschien beter werkte als eerste beeld. Hij hoefde niet hetzelfde stukje opnieuw te doen omdat hij vergeten was op play te drukken. En hij heeft volgens mij ook nooit drie kwartier naar muziek gezocht voor een filmpje van 30 seconden. Tenminste. Dat neem ik aan.
Ik vind dat dus soms echt lastig. Ik wil namelijk vooral maken. Met mijn handen in de klei. Een beetje proberen. Iets laten mislukken. Nog iets proberen. Een hoofd maken. Een oor eraan, een oor eraf, glazuren, kijken en verder. Maar als zelfstandig kunstenaar hoort er tegenwoordig nog een baan bij: vertellen dat je aan het maken bent. Foto’s maken, filmpjes maken, teksten schrijven, instagram bijhouden, deze Substacks schrijven, de webshop vullen…
En voor je het weet ben je een halve dag bezig geweest met vertellen dat je werkt, terwijl je eigenlijk niet gewerkt hebt.
En reels. O lieve mensen, reels! Over reels wil ik het al helemaal niet hebben. Een proces in klei duurt soms weken. Een hoofd wordt gemaakt, moet drogen, gaat de oven in, komt eruit, krijgt glazuur, gaat weer de oven in en moet soms nog een keer. En dan had ik ergens tussendoor moeten onthouden dat ik van al die stappen een filmpje moest maken.
Daarbij ben ik ook nog eens veel te kritisch op mijn foto’s. Ik wil mooie plaatjes. Goed licht, rustige achtergrond, liefst geen rommel. En ik probeer altijd heel zorgvuldig foto’s te maken zonder dat mijn eigen voeten of mijn schaduw erop staan.
Alsof iemand bij het zien van een Kleine Karakter denkt: prachtig hoor, maar jammer van die linkervoet. Zit er nou een gat in haar sok?
Dus terwijl ik deze Substack aan het schrijven was, dacht ik ineens: weet je wat, ik ga gewoon even foto’s maken. Niet nadenken, niet stylen, niet eerst de tafel leegruimen, niet mijn voeten angstvallig buiten beeld houden. Gewoon mijn telefoon pakken en fotograferen wat er nu staat. Het kostte me ongeveer 1 minuut en ik heb één foto opnieuw gemaakt. En nu ik ze zo bekijk denk ik: ja kan best. Dit is toch gewoon mijn werk? De oven die vol staat, de krat met afgemaakte karakters die nog op de foto moeten voor de webshop. De hoofden die overal door elkaar liggen. Mijn handen ertussen. En jawel: mijn teenslippers. Misschien heb ik helemaal geen beter systeem nodig. Misschien moet ik gewoon iets minder moeilijk doen. Misschien hoeft niet iedere foto een perfecte foto van een kunstwerk te zijn.
Misschien is een foto van mijn atelier, precies zoals het er op dat moment uitziet, ook gewoon het verhaal.
En misschien moet ik stoppen met van iedere foto ‘content’ te willen maken. Wat een vreselijk woord eigenlijk. Content. Het zijn gewoon foto’s van dingen die ik maak. En het grappige is: terwijl ik zelf het gevoel heb dat ik veel te weinig laat zien, kreeg ik deze week ineens meerdere appjes: “Heb je dit al gezien?” Eeeeh... Nee?
Ik wist dat Renske van Bart’s Boekje ooit iets over mijn werk wilde schrijven. Ze had me een berichtje gestuurd dat ze mijn werk leuk vond en er misschien iets mee wilde doen. Ik dacht dus dat ik het wel zou horen als het zover was. Maar ineens stond het gewoon online: De kunst van Studio Rienke: 1000 mini karakters.
En daar zat ik dan een beetje ontroerd te zitten.
Zelf te denken dat ik mijn werk niet genoeg deel, terwijl iemand anders blijkbaar wel had gekeken. En er vervolgens ook nog een heel super lief stuk over had geschreven. Dat vond ik eigenlijk best heel erg bijzonder. Want soms voelt social media een beetje alsof je voortdurend moet roepen: KIJK EENS! IK HEB IETS GEMAAKT! Terwijl ik veel liever zachtjes iets neerzet in de hoop dat iemand het toevallig ziet. En dat gebeurt dan dus soms ook. Iemand kijkt, blijft even hangen en vertelt het weer verder. Lees het hier :
Misschien hoef ik dus ook niet van ieder hoofd een documentaire te maken. Misschien hoeft niet ieder karakter een cinematografisch* (*dit woord is van CHAT GPT, maar ik vond het wel mooi ;-) verantwoorde entree te krijgen met drie camerastandpunten, passende muziek en een close-up van mijn handen die heel toevallig precies op dat moment een oor vastplakken. Misschien mag ik af en toe gewoon een foto maken: Klik. Kijk! Deze is er ook.
Want uiteindelijk wil ik liever 100 Kleine Karakters maken waarvan ik er een paar niet behoorlijk heb gefilmd, dan 35 perfect gedocumenteerde karakters omdat ik de helft van mijn tijd achter mijn telefoon zat.
En ondertussen staan/liggen/hangen er dus ergens rond de 70. Een groot deel daarvan hebben jullie nog nooit gezien. Dus misschien wordt dat mijn goede voornemen voor na de vakantie.
Niet meer content maken, maar gewoon vaker laten zien wat er al is.
Desnoods met mijn voeten erop.
Maar... ik wil ze natuurlijk wel graag allemaal laten zien. Dus bij deze de vraag aan jullie:
Hoe doen jullie dit?
Vooral de makers onder jullie. Hebben jullie trucjes? Een systeem? Een vaste dag waarop je foto’s maakt? Zet je gewoon altijd je telefoon aan? Heb je jezelf aangeleerd om minder kritisch te zijn? Of ben je er gewoon heel goed in .. Dat kan natuurlijk ook. Hoe zorg je ervoor dat het delen van je werk niet een tweede fulltimebaan wordt? Alle tips zijn welkom. Ook tips in de categorie:
Rienke, maak gewoon die foto en zet hem online! Punt.
Waarschijnlijk heb ik daar nog het meest aan. Voor nu ga ik weer even doen waar ik eigenlijk voor kwam. Klei maken. Er wachten namelijk nog ongeveer 30 Kleine Karakters om geboren te worden. Picasso gaat ze niet voor me maken. (jammer eigenlijk)











