Het project gaat goed.
Echt! Echt?
Ik heb er veel plezier in en familie groeit. De kast raakt steeds voller. Er staan inmiddels 45 Kleine Karakters helemaal af te wachten op een naam en een karakteromschrijving. Er liggen er 8 biscuitgebakken op de plank te wachten op een glazuurlaag. En er staan er 18 te wachten tot ze droog zijn achter hun oren voor de biscuitbak. Oh, en ik heb ook nog een kruk gemaakt in de vorm van een hoofd, maar daarover later meer, want daar ben ik (nog) niet zo tevreden over. Oh, en er zijn er inmiddels een stuk of 10 mislukt… daar kan ik ook nog wel een keer een stuk over schrijven. Dus hoe ver ben ik nu al?
En toch…. word ik soms ook een beetje nerveus.
Dat wil ik niet steeds schrijven, want ik wil het hier graag licht houden. Positief. Gezellig. Een beetje klei, een beetje hoofdjes, een beetje grote gevoelens in kleine vormen, maar ik hou ook van eerlijk.
Dus eerlijk is eerlijk: misschien was 26 september als datum een beetje optimistisch gekozen. Misschien. Of misschien moet ik die datum gewoon iets minder stevig vasthouden en kijken wat er dan gebeurt. Daar komt nog bij dat het bijna zomervakantie is. We gaan deze zomer waarschijnlijk geen grote reis maken, maar dat betekent niet dat ik gewoon 6 weken opgesloten in mijn studio kan gaan zitten met een pak klei en een licht bezeten blik in mijn ogen. Ik heb namelijk ook nog drie kinderen en een man. En je weet wat ze zeggen he? : je hebt maar zoveel (weinig!) zomers samen. Mijn oudste wordt 19. Die zomervakanties zijn eigenlijk al een beetje uitgevlogen, maar die van 15 en 8 willen natuurlijk ook nog af en toe een moeder zien die niet alleen maar roept: “Niet aankomen, dat oor moet nog drogen.”
Dus ja. Er moeten ijsjes gegeten worden, er moet gezwommen worden, er moet gelummeld worden. Er moet ook gewoon even niks.
En terwijl ik dat opschrijf, denk ik meteen: “lummelen” is eigenlijk ook een prachtig levensmotto voor een Klein Karakter:
Dit is Dartel. Dartel gelooft heilig in nietsdoen. Niet uit luiheid, maar omdat er tijdens het lummelen vaak precies gebeurt wat moest gebeuren. Het idee zakt op zijn plek en een gedachte rolt om. Dartel haast zich zelden. Daar heeft hij morgen misschien tijd voor. Levensmotto: lummelen is ook een vorm van groeien.
Zie je. Daar ga ik alweer. Zelfs mijn poging tot pauze nemen verandert binnen drie zinnen in een nieuw karakter. Als zo’n idee eenmaal in mijn hoofd zit, heb ik altijd de neiging om er 24 uur per dag aan te werken. Doorgaan, doorgaan, doorgaan. Alsof de klei anders denkt: laat maar, ik zoek wel een andere moeder.
Maar zo werkt het niet. Als ik te lang in die stand blijf staan, gaat de lol er ook een beetje af. En de lol is juist nogal belangrijk bij een project dat bestaat uit 1000 kleine hoofden die me dagelijks staan aan te kijken. Dus misschien hoort dat ook bij dit project: wel doorgaan, maar niet doordraven…
En af en toe gewoon een ijsje.
Er staat al een hele club in de kast. En iedere keer als ik de deur opendoe, kijken ze me aan alsof ze willen zeggen: rustig maar, wij zijn er toch al?
Ze zijn alleen nog niet allemaal helemaal iemand. Want gemaakt zijn is één ding. Een naam krijgen is weer iets anders. En een karakteromschrijving krijgen al helemaal. Ik heb inmiddels wel mijn eerste werknemer aangenomen. Mijn dochter Fiep gaat de Kleine Karakters fotograferen en op de webshop zetten.
Niet dat ze dan meteen te koop zijn!! Je weet het hè? Ze moesten eerst familie worden. Maar het idee dat er straks foto’s zijn. Dat ze een plek krijgen en dat ze zichtbaar worden helpt wel. Ook voor mijn eigen hoofd.
Want hoe werkt dat nou eigenlijk, die namen en die karakters?
Niet heel snel, kan ik je vertellen. En daar kan ik ook heel eerlijk over zijn: ChatGPT helpt soms mee. Ik ga niet doen alsof dat niet zo is. Zeker bij het schrijven van teksten gebruik ik hulp. Vooral bij het bijschaven, ordenen en nalijken, want spelling is niet bepaald mijn grootste talent. Ook schrijf ik vaak dingen dubbel op, of eerst met de hand in een schriftje. Dan is het heel handig als ik zo’n tekst kan fotograferen en ChatGPT hem omzet in een getypte, leesbare versie. Maar het overgrote deel ontstaat gewoon in mijn eigen hoofd. In mijn dagen, in gesprekken en in kleine zinnen die blijven hangen. Vorige week vroeg ik op Instagram om mee te denken over namen. Daar kwamen zo veel mooie namen uit. Daar ben ik echt heel erg mee geholpen.
Maar alleen een naam is nog geen karakter. Daarna begint het pas. Ik praat met iemand, ik hoor een zin, ik zie een blik of iemand vertelt iets kleins. Iemand doet iets onhandigs of iemand zegt iets wat precies klopt. En dat… sla ik op. Niet altijd bewust. Soms gewoon ergens achterin mijn hoofd. Of in mijn schriftje. En later wordt het ineens klei, een naam, een zin rondom een hoofdje of een levensmotto.
Zo sprak ik laatst een vriendin. Ze was van de fiets gevallen. Ik zei: “Huh, hoe kan dat nou? Waarom doe je dat?” (Ik vraag dat soort dingen altijd heel subtiel en handig, zoals je merkt.) Toen zei zij:
“Kennelijk gaan dromen en fietsen niet samen.”
En zo’n zin blijft dan hangen. Die gaat met mij mee naar de studio. Dat schrijf ik op in mijn schriftje en op een gegeven moment wordt zo’n zin iemand.
Zoals Wolke :
Dit is Wolke.
Wolke is een dromer dat zie je meteen. Ze kijkt vaak naar wolken terwijl ze eigenlijk op de weg zou moeten letten. Daardoor is ze een keer van haar fiets gevallen. Sindsdien weet ze dat fietsen en dromen niet goed samengaan. Ze is er niet minder van gaan dromen. Wel iets voorzichtiger gaan fietsen. Tenminste... dat zegt ze.
Wolke is nummer 008 van 1000.
Ze is ongeveer 33 cm hoog en 33 cm breed. incl oren
En zo groeit de familie dus verder. Niet alleen door klei te vormen, oren eraan te zetten en glazuur uit te proberen. Maar ook door te luisteren, zinnen te bewaren, te kijken naar mensen. En door op te merken dat bijna iedereen wel iets eigenaardigs, zachts, grappigs of kwetsbaars heeft.
Daar komen deze karakters vandaan. Uit klei, ja, maar ook uit het leven eromheen.





