100x rienke

100x rienke

Over 100 karakters, lummelen, een oven waarvan ik de inhoud ben vergeten en de vraag of ik eigenlijk een officiële uitnodiging moet maken.

Ik ben inmiddels bij nummer 52. Nummer 52 die daadwerkelijk een naam, een verhaal, een levensmotto en een tekening heeft. En terwijl ik probeer die eerste 100 één voor één af te maken, gebeurt er iets onhandigs: mijn hoofd loopt steeds alvast vooruit. Tijdens het schrijven van het ene karakter bedenk ik alweer het volgende. Of ineens een heel nieuw idee dat ook nog leuk zou zijn om ooit uit te voeren. Dus ik schrijf alles op. “Niet nu=voor later!” Staat er bovenaan mijn lijstje. Allemaal leuke ideeën voor de volgende 100. Hahaha. Ofzoiets.

Mijn echte familie ziet me deze week trouwens nauwelijks.
Het is vooral ik en mijn kleifamilie.


En hoe langer ik met ze bezig ben, hoe meer ik mezelf overal tegenkom. Soms pas nadat ik een verhaal heb geschreven. Dan lees ik het terug en denk ik: Oh ja.. Ik verzin natuurlijk niet bewust 100 kleine versies van mezelf. Dat zou ook een vrij verontrustende expositie worden. Maar ik maak wel veel vanuit wat ik ken. Er is er eentje die vindt dat je een beetje moet leven voordat je doodgaat. Eentje die zich zorgen maakt dat hij zich te veel zorgen maakt. Er is iemand die vindt dat lummelen ook een vorm van groeien is en iemand die weet dat je niet altijd zes kunt gooien. En ook nog eentje die onderweg genoeg reden ziet om iets te vieren.

Dit alles komt uit gesprekken, mensen om me heen, dingen die ik zie en hoor, maar dus ook gewoon uit mezelf.

Ik probeer er ongeveer tien per dag te omschrijven. Als ik tussendoor koffie haal, geef ik thuis de tussenstand: “Ik heb er weer drie! Nog zeven!” Alsof ik in een heel gekke fabriek achter de lopende band sta. Maar wel een hele leuke fabriek.

Want voor het geval dit allemaal klinkt alsof ik mezelf hier doorheen aan het worstelen ben: ik heb er echt belachelijk veel lol in.

Ik kan in mijn eentje aan tafel zitten lachen om een naam die ineens precies klopt. Of om een karakter waarvan ik tijdens het schrijven pas ontdek wie het eigenlijk is. Soms zet ik er eentje voor me neer en denk ik: ja hoor. Daar ben je dan. En het allerergste is misschien nog wel dat ik tijdens het maken van deze eerste 100 alleen maar méér zin krijg in de volgende 100. Vandaar dus ook dat lijstje “niet nu=voor later” Ik moet alleen af en toe even stoppen met zoveel plezier hebben en er daadwerkelijk eentje afmaken. Alleen gaat het natuurlijk nooit tien achter elkaar. Soms lukt tien ook gewoon niet.

Na vier karakters kan mijn hoofd ineens leeg zijn. Niet omdat ik geen zin meer heb, maar omdat ik kennelijk ook weer even iets moet verzamelen. Een gedachte, een herinnering of iets wat iemand zegt.


Of gewoon even helemaal niks. Dus tussendoor moet ik lummelen. Koffie drinken, voor me uit staren, bedenken wat we vanavond weer eens moeten eten… En soms sta ik ineens de bestek-la op te ruimen die daar al maanden prima rommelig lag. Misschien is dat niet eens werkontwijkend gedrag maar is dat gewoon hoe mijn hoofd werkt. Al is het natuurlijk wel een uitstekend excuus voor werkontwijkend gedrag.

Ondertussen staat er ook een glazuuroven aan. Ik heb hem zelf ingeladen, zelf aangezet. Maar hoeveel karakters erin zitten? Ik weet het gewoon niet meer. Dat gaat inmiddels kennelijk ook op de automatische piloot.

De tekeningen bij de karakters maak ik allemaal met inkt en een kroontjespen. Ik teken al heel lang op die manier en ik vind het nog steeds een van de fijnste dingen om te doen. Lekker glimmende zwarte inkt op wit papier.

Ik hou ook van het moment waarop er iets gebeurt wat ik niet helemaal bedacht had. Een druppel of een vlek of een lijn die net anders loopt.


Misschien vind ik dat juist zo fijn. Ik kan heel zorgvuldig tekenen, maar de inkt doet soms toch iets anders dan ik had bedacht. Niet slordig, maar wel levend. En misschien is dit ook een goed moment om te vertellen dat die tekeningen niet alleen voor mezelf zijn. Als straks op 26 september de eerste Kleine Karakters de wereld in mogen, krijgt ieder karakter zijn eigen tekening met zijn naam, nummer, verhaal en levensmotto mee. Dus als je er straks eentje uitkiest die bij jou mag komen wonen, krijg je niet alleen een hoofd van klei. Je krijgt het hele karakter.

Het hoofd, de tekening en het verhaal. Alles is met de hand gemaakt en geschreven. Van de klei tot de laatste lijn met de kroontjespen.


Nergens komt een computer aan te pas. Nou ja. Behalve bij het typen van deze Substack natuurlijk. En als je geluk hebt, zit er ergens een inktvlek op. En ergens tussen nummer 52, de oven, het lummelen en de bestekla schiet er dan ineens nog een praktische vraag door mijn hoofd:

Moet ik eigenlijk een officiële uitnodiging maken voor 26 september?

Hoe werkt zoiets? Stuur je een kaart? Maak je een mooie afbeelding? Moet daar dan heel officieel UITNODIGING boven staan? Of heb ik jullie vorige week met “kom je?” eigenlijk al uitgenodigd? Ik heb werkelijk geen idee. Maar goed…Eerst nummer 53. Daarna zien we wel weer.

Terug naar blog

Reactie plaatsen